verantwoording

Tpack-model

 Technological knowledge (TK): technologische kennis.

Hierbij gaat het om de kennis van de docent op al het technologisch gebied. In onze lessenserie bieden wij verschillende soorten technologie aan zoals het gebruik van laptops, ipad, digibord, sites en apps. Professioneel  gebruik en mediawijsheid van de docent is dus gewenst.

 

Pedagogical Knowledge (PK): didactische kennis.

De PK staat voor de docent voor het op gepaste wijze aanreiken van de lesstof. De docent neemt in de lessenserie bij aanvang van de les de rol aan van de didacticus (Slooter, 2009). Er volgt een directie instructie waarna de leerlingen aan het werk gaan en  de docent een begeleidende rol aanneemt.

 

Content Knowlegde (CK): Kennis van het vak

De kennis van de vakinhoud heeft in de lessenserie een grote waarde. De leerlingen zijn mede van de inhoud van de les en informatie docent afhankelijk of zij de juiste informatie vergaren die van belang is om toe te kunnen passen op het examen. De docent is verantwoordelijk voor de beoordeling en moet een gedegen vakinhoud hebben.

 

Samenhang tussen de drie domeinen

 

TPK

Bij deze samenhang is het van belang dat de ict-middelen daadwerkelijk een positieve  invloed hebben op de didactiek. Wij denken dat de ict-middelen die wij in de lessenserie aanbieden aan de leerlingen het leereffect vergroten. De leerlingen zijn op deze manier actief met de stof bezig en de stof wordt op verschillende wijze aangeboden zodat verschillende onderwijsbehoeften worden vervuld (Ebbens & Ettekoven, 2013).

 

PCK

In  dit gebied gaat het over de combinatie van technologie en de vakinhoud. De lessen hebben hierin een opbouw waarin de vakinhoud een opbouwend karakter heeft. De moeilijkheidsgraad loopt enigszins op zodat de leerlingen gebruik maken van het principe van Vygotsky om in de naaste zone van ontwikkeling te werken (Geerts & van Kralingen, 2016). De leerlingen leren door middel van ICT-middelen, het zoeken naar informatie en deze te verwerken wat zij moeten weten om aan de eindtermen te voldoen.

  

TCK

De samenhang tussen deze domeinen betreft de manier waarop de vakinhoud is  verbonden aan de ICT-middelen. De vakinhoud in de lessenserie is op basis van de eindtermen zoals die gelden voor het vak zorg en welzijn. Aan de hand van deze termen hebben we bekeken welke digitale opdrachten aansluiten bij deze eindtermen. Dit hebben wij gedaan op het gebied van kennis en vaardigheden.

 

 

Taxonomie van Bloom

 

Om te kunnen bepalen welk eindgedrag een docent wil bereiken bij de leerling kan gebruik worden gemaakt van de taxanomie van Bloom. De taxanomie is een verdeling in zes niveau's die oplopen in de mate van moeilijkheid. In onze lessen hebben ook deze opbouw teruglaten komen. We beginnen op het niveau van kennisreproductie en inzicht. Dit is in de lessenserie met name het zoeken van informatie. Vervolgens gaan de leerlingen met de gevonden informatie aan de slag om deze te verwerken in de opvolgende opdrachten. Doordat de leerlingen de gevonden gegevens weer gaan gebruiken en verwerken wordt er een beroep gedaan op het analyserend vermogen van de leerling. In de laatste opdracht  (bijlage 1.6) zijn de leerlingen aan het leren op hogere denkniveau's. Hier komen analyseren en creëren samen.

 

 

21st century skills

 

De term 21st century skills worden steeds vaker gebruikt en ook in het onderwijs wordt steeds meer een beroep gedaan op deze vaardigheden. Het gaat hierbij om aan elkaar gerelateerde vaardigheden die nodig zijn om te kunnen functioneren in de 21ste eeuw.

In onze lessenserie komen de 21st century skills voldoende aanbod. Het samenwerken en communiceren zien we terug ik de samenwerkingsopdrachten ook komt hierbij het vergroten van sociale en culturele vaardigheden aan bod. De opdrachten doen allen een beroep op het denken. Daarnaast wordt er in grote mate aandacht besteed aan ict-vaardigheden en mediawijsheid.

 

 

Connectivisme

 

Bij deze leertheorie gaat de theorie ervan uit dat het leren niet stopt wanneer de leerling buiten de school is en dat leren gebeurt op verschillende wijze. Volgens Siemens is het van belang dat de leerlingen leren om verbanden te zien (Siemens, 2015). Persoonlijke vaardigheden moeten ontwikkeld kunnen worden. Het onderwerp van onze lessenserie "voeding" is een onderwerp wat ook buiten het schoolgebouw veel voorkomt. Daarom zal het leereffect van deze opdracht twee kanten op werken: dat wat de leerlingen zien buiten de school zien ze in de lessen terug en wat de leerlingen leren in de school kunnen ze direct toepassen in het dagelijks leven. 

 

Conversational framework

 

Hieronder een verantwoording aan de hand van het Conversational Framework (Borgman, 2015).

Het discursieve proces

Het bovenste gedeelte van het raamwerk betreft het discursieve proces. Het gaat hierbij vooral om concepten die met name in het hoofd van de docent en de leerlingen plaatsvinden. Voorbeelden hiervan zijn leerdoelen die een docent zich stelt en de voorkennis die bij de leerlingen aanwezig is.

Op basis van dit discursieve proces is onze lessenserie ontstaan. Wij hadden als docenten leerdoelen gesteld maar de (voor)kennis van de leerlingen sloot hier niet goed bij aan. Wij hebben daarom de leerdoelen bij gesteld zodat er aansluiting ontstond we door konden gaan naar de relatie tussen de docent, het leermiddel en de leeromgeving.

We zijn daarom bezig gegaan met brainstormen welke  oefeningen nodig zijn om met de gestelde leerdoelen bezig te gaan. We hebben hierbij goed gekeken naar de eindtermen zoals die gesteld worden voor het onderdeel voeding van het VMBO Zorg en Welzijn. We hebben een selectie gemaakt van 21 eeuwse vaardigheden die veel worden gebruikt bij de examens van de afgelopen jaren. Op deze manier kwamen wij tot de tools, sites, en apps en ICT-vaardigheden zoals wij die aanbieden in de lessen.

We hebben in het reflectieve proces een aantal aanpassingen gedaan om beter bij de leerling aan te kunnen sluiten. Deze aanpassing hadden met name te maken met de inhoud van de lesstof. Ook hebben we een tool verwisseld voor een tool die beter past bij de leeftijd en het niveau van de leerling.

Het interactieve proces

Het interactieve proces vindt in onze lessenreeks bij iedere les vooraf plaats door middel indirecte instructie. Hierbij wordt het leerdoel van de les besproken en vertelt hoe de leerling dit gaat doen wat deze daar voor nodig heeft. Tijdens het werken wordt de leerling van feedback voorzien door de docent die als begeleider in de klas aanwezig is en hulp of sturing kan bieden. Aan de hand hiervan kan de leerling het zijn werk bijstellen.

Het adaptieve proces

Het denkproces van de leerling wordt in onze lessenreeks gestimuleerd door een afwisselend aanbod van activerende werkvormen. De leerling wordt per les om een geactiveerd om het werk goed en tijdig af te krijgen. Dit hebben we gedaan door aan iedere les een vorm van toetsing toe te passen waardoor de leerling zicht krijgt in zijn leerproces. Op deze wijze hebben wij als docenten een goed beeld van de kennis en vaardigheden van de leerlingen en kunnen wij waar nodig de leerdoelen bij stellen om zo tot een kwalitatief goede reeks te komen.

Het reflectieve proces

Op basis van dit raamwerk kunnen wij concluderen dat we in de basis een goede lessenserie hebben neergezet maar zien wij ook dat er bijstellingen zouden kunnen worden gedaan. De bijstellingen kunnen gericht zijn om de manier van aanbieden, digitaal of analoog maar ook in de toetsing zouden wij nog het een en ander kunnen schaven. Daarnaast vinden we het belangrijk dat de lessen leeftijdsadequaat zijn en de leerlingen motiveren om aan het werk te gaan. Ook hier zullen wij kritisch naar moeten blijven kijken.